Een klein leven
Updated: Oct 8
Ons verhaal
Ik heb dit verhaal in eerste instantie geschreven voor mijn coaching, die mij begeleidt in het verwerken van wat er is gebeurd. Ik heb lang getwijfeld of ik mijn verhaal wilde delen. Nu ik dit mocht schrijven voor de coaching, denk ik ja.
Toen wij onze baby verloren, heb ik zelf veel gehad aan de verhalen van andere vrouwen/ouders. Verhalen waarin ik dingen herkende, waarin ik me soms iets minder alleen voelde en die me hielpen begrijpen wat er allemaal door me heen ging.
Tegelijkertijd voelde het delen van mijn eigen verhaal ook dubbel. Wil je dit wel op internet zetten? Wat is privé en wat niet? En moet je zoiets überhaupt delen?
Toch voelt het voor mij goed om het te doen.
Niet omdat ik mijn verhaal per se kwijt moet. Maar omdat ik weet hoeveel het kan betekenen om ergens te lezen: dit heb ik ook gevoeld. Ik ben niet de enige.
Dus hier is mijn verhaal. Over onze zwangerschap, het verlies van ons kindje, de miskraam zelf en alles wat daarna kwam.
Het is een lang en persoonlijk verhaal. Ik deel het zoals ik het heb ervaren. Misschien herken je er iets in. Misschien helemaal niets. Allebei is oké.
Ik hoop vooral dat het, net zoals de verhalen van andere vrouwen voor mij, voor iemand een klein beetje steun kan zijn.
Het begin
Mijn verhaal opschrijven. Poeh, vind ik lastig.
Wat moet je allemaal opschrijven?
Ik heb het idee dat ik er een heel boek over zou kunnen schrijven. Over de ervaring zelf, de gevoelens die erbij komen kijken, emoties die naar boven komen, je omgeving, je kijk op het leven en de vragen die door je hoofd blijven gaan.
Allemaal zijpaden die je kunt nemen.
Maar ik probeer de grote lijnen eruit te halen.
Vanaf het moment dat we wisten dat we in verwachting waren, schreef ik in een boekje op wat er door me heen ging en wat er gebeurde. Omdat ik dat leuk vond voor mezelf, maar ook voor ons kindje om later terug te kunnen lezen.
Alleen heeft dat verhaal helaas een andere wending gekregen.
En nu schrijf ik het op voor iemand anders om te lezen.
Hoe schrijf en vertel je wat je hebt meegemaakt aan iemand anders?
Begin bij het begin, zei ze.
Laat het begin dan maar de positieve test zijn.
Zwanger
Oooo, wat waren we ontzettend blij.
Jeetje, wat bijzonder dat het gelukt was. Het is lastig uit te leggen wat voor gevoel dat geeft. Het gaat echt beginnen Ik ben gewoon zwanger?!
Er groeit iets in mij. Wonderbaarlijk.
De dagen en weken die volgen, brengen ongeloof, spanning en enthousiasme met zich mee. We sluiten de tijd met z’n tweeën af en stappen nu in het gezinsleven. Bizar toch?
We lezen veel, luisteren naar verschillende podcasts, kijken wat we allemaal moeten regelen en praten samen over onze toekomst.
Ik ben moe, emotioneel en heb hele gevoelige borsten, maar ik ben gelukkig niet misselijk. Beter!
We vinden een fijne verloskundige die dezelfde kijk heeft als wij op de komst van ons kindje.
We twijfelen nog even of we echo’s willen. We vertrouwen op mijn lichaam en op hoe de natuur zijn werk doet. We willen niet per se omdat wij de baby willen zien, de baby ‘storen’ oid. Ach, daar zijn natuurlijk ook weer allerlei meningen en theorieën over. Weer een heel ander verhaal.
We bespreken met de verloskundige dat we ervoor kiezen om alleen de 12-weken-echo te doen.
Dan wordt het toch wat echter of zo.
Je leeft er ondertussen wel naartoe.
Niemand in onze omgeving weet het nog en we willen na deze echo onze ouders, broer en zussen vertellen dat we een kindje verwachten.
We wilden het vanaf het begin al van de daken schreeuwen. Zo’n trots gevoel.
We hadden al bedacht hoe we het wilden vertellen. Alles lag klaar. Dus we verlangden erg naar dat weekend. Plus dat we natuurlijk gingen kijken hoe het in mijn buik gaat.
We wisten niet precies wat we konden verwachten. Alles was nieuw.
Hoe zou zo’n echo zijn?
20 augustus
Op 20 augustus rijden we vol enthousiasme naar de echoscopist.
Eenmaal aangekomen moet ik plassen, maar op de deur van de wc staat dat je voor een termijnecho beter met een volle blaas kunt komen.
We zijn vrij snel aan de beurt.
Ik mag gaan liggen op de stoel. Ze smeert warme gel op mijn buik en wij zien een groot scherm voor ons.
Daar gaan we!
Maar doordat mijn blaas vol zit, kan ze het niet goed zien. Ik moet alsnog even naar de wc.
Achteraf vertelt Hendrik-Simon (mijn vriend) dat hij toen al een raar gevoel kreeg.
Wanneer ik weer ga liggen en ze opnieuw probeert te kijken, zegt ze na een tijdje:
“Ik heb slecht nieuws, jongens.”
Oh. Wat vind ik dat een vreselijke zin. Ik voel hem nog steeds helemaal door mijn lijf gaan.
Hoe bedoelt ze met "ik heb slecht nieuws"? Wat betekent dat? Is het te klein? Ben ik überhaupt niet zwanger? Is het vandaag niet goed te zien?
Ze geeft aan dat ze niets kan zien wat past bij een baby van 11 weken.
Ze vraagt of ik een inwendige echo wil, om het beter te kunnen beoordelen.
Ik zit nog steeds volledig in mijn onwetendheid en weet niet goed wat ik moet denken.
Dus ik zeg ja. Misschien ziet ze dan dat het nog leeft. Ik kan me namelijk niet voorstellen dat dat niet zo is. Ik ben 11 weken zwanger?!
Bij de inwendige echo geeft ze aan dat de grootte overeenkomt met ongeveer 6 weken en 5 dagen. Er is geen hartactiviteit. De baby is gestopt met groeien.
Ons kindje leeft niet meer.
Nee!...nee!...nee!... dat meet je niet.
Dat is wat ik een paar keer roep.
Ze zeggen weleens dat de wereld onder je voeten weg kan vallen. Dat was nu.
Ik voelde een walm van energie uit mijn lichaam gaan.
En tegelijkertijd was er ongeloof.
Is dit echt? Ik ben niet aan het dromen, toch? Dit kan niet. Ziet ze het niet verkeerd? Ik snap het niet. Wat gebeurt er allemaal?
De weg naar huis
Al vrij snel krijgen we de echo-foto mee en zitten we in de auto.
Volgens mij zitten we wel drie kwartier stil in de auto.
Met huilbuien. Voor ons uit staren. Elkaar vasthouden. In ongeloof.
Het verdriet is voelbaar in ons hele lijf.
Ik zeg en roep een paar keer:
“NEE… alsjeblieft. Laat dit niet waar zijn. Alsjeblieft… ik wil dit niet. Ik wil dit niet.”
Goh. Wat doet dat zeer. Niet weten waar je het moet zoeken. Zo’n diepe pijn in je lijf.
Ondertussen lopen er andere stellen uit het pand met een glimlach en een echofoto in hun hand. Wat is het soms oneerlijk...
Hendrik zegt zijn werk af en we rijden naar huis. Thuis gaat het eigenlijk verder zoals het in de auto ging. Alles valt weg. Ik heb geen levende baby meer in mijn buik.
De toekomst die wij al helemaal met ons meedroegen, is er niet meer.
Dit weekend was bedoeld om het met trots en blijdschap te vertellen.
En ineens is het allemaal weg.
Waarom?
Die vraag blijft maar komen.
Waarom?
De dagen erna
De dagen die volgen blijft het verdriet zo voelbaar.
Tegelijkertijd zijn we bezig met uitzoeken of het misschien mogelijk is dat er een fout is gemaakt. Misschien was ik wel 6 weken en 5 dagen zwanger en moest het hartje nog beginnen met kloppen.
Ik had helemaal geen bloedverlies. Ik voelde me ook nog echt zwanger.
Zit onze baby dan al een paar weken levenloos in mijn buik? Ik kon het niet geloven.
We zoeken alles uit, hebben contact met de verloskundige en willen alles uitsluiten.
Maar helaas...
De eerste paar dagen nemen we voor onszelf.
We kunnen het nog niet aan om het onze ouders, familie en anderen te vertellen.
En gaan we het überhaupt vertellen?
We vonden het juist zo leuk dat ze niet zouden verwachten dat we in verwachting waren.
En nu zou dit alles veranderen.
Maar we willen het ook niet wegstoppen. Dit is wat er is gebeurd. Hoe triest ook.
Wij zijn heit en mem geworden van een kindje dat nooit hier op aarde is geweest en nooit helemaal volgroeid is geweest. Gek is dat. Mogen we ons dan heit en mem noemen?
Vragen waar natuurlijk niemand een ‘goed’ antwoord op heeft.
Behalve wijzelf. Wat voelen wij? Wat willen wij?
Voor ons voelt het fijn om ons kindje echt een plek te geven.
In de zin dat het onderdeel is van ons gezin.
En ergens voelt het natuurlijk heel gek om dat op te schrijven.
Ons gezin.
Want dat hadden we ons heel anders voorgesteld.
Het vertellen
Een paar dagen later willen we het onze ouders, broer en zussen vertellen.
Beiden voelen we spanning. Hoe ga je dit vertellen? Waar begin je? Wat zeg je? Hoe reageren ze?
Uiteindelijk, wanneer we het verteld hebben, voelt het als een opluchting om het met hen te kunnen bespreken. Iemand van buitenaf met wie je over de situatie kunt praten.
Omdat je er samen zo middenin zit, geeft dat ook wat lucht.
Maar tegelijkertijd vinden we het ook heel fijn om samen met elkaar te zijn.
Wat wij voelen, voelt niemand buiten deze bubbel precies zo.
Hoe lief iedereen ook voor ons is.
Het zijn ook juist de kleine dingen die je steeds tegenkomt.
Hendrik praatte bijvoorbeeld altijd tegen mijn buik als hij thuiskwam, naar bed ging of zomaar tussendoor. Dat valt ineens weg.
Ik was bewust met wat ik at en dronk en het voelt heel gek om daar ineens geen rekening meer mee te hoeven houden.
De kamer die bedoeld was om een babykamer te worden.
En zo zijn er nog zó veel dingen die je steeds weer met de feiten confronteren.
Wachten
Daarbij komt dat ik onze baby nog niet verloren ben.
We hebben ervoor gekozen om het op een natuurlijke manier te laten gebeuren.
Mijn lichaam heeft het seintje gegeven dat de baby niet levensvatbaar is. Ergens vind ik dat ook iets heel moois.
Dus vertrouw ik erop dat mijn lichaam ook weet hoe het los te laten.
Een week gaat voorbij...
En nog een week...
Dat geeft een gek gevoel. Je bent bezig met het verwerken van het verlies van je baby, terwijl je baby nog steeds in je zit.
Is dit normaal?
Het zit inmiddels al bijna zeven weken 'levenloos' in mijn buik.
Op internet lees ik veel verhalen van vrouwen die al snel bloedverlies kregen en waarbij de miskraam op gang kwam. Vaak gebeurde dat binnen de eerste twee weken.
Maar bij mij gebeurt er niets.
Toch wil ik het afwachten.
Ik lees ook verhalen van vrouwen die hun baby juist zo snel mogelijk uit hun buik willen, omdat het idee van een overleden kindje in hun buik heel naar is.
Medicatie of een curettage kun je dan kiezen.
Maar dat wil ik liever niet. En ik heb ook niet echt het gevoel dat ik onze baby zo snel mogelijk kwijt wil. Ergens wil ik natuurlijk graag dat het op gang komt. Zodat je het beter kunt verwerken. Kunt loslaten. En omdat het natuurlijk een heel naar idee is.
Maar ergens voelt het ook alsof ik het bij me wil houden.
Blijf maar bij mij.
Ook al weet ik natuurlijk dat het niet meer leeft.
Zo voelt het.
Blijf maar veilig bij mij.
Dan begint de miskraam
Op maandagmorgen krijg ik bloedverlies.
Het zal nu wel op gang komen.
Op vrijdagavond zitten we samen een serie te kijken. Ik heb steeds het gevoel dat ik naar de wc moet. Maar wanneer ik op de wc zit, hoef ik niets.
We denken eerst dat het misschien door het avondeten komt en dat mijn darmen van slag zijn. Maar het gevoel blijft.
Ik blijf steeds langer op de wc zitten.
Op een gegeven moment krijg ik steeds meer last van mijn buik en een naar gevoel van aandrang.
Inmiddels heb ik wel in de gaten dat dit het dan moet zijn. Want jeetje. Wat begint het pijn te doen.
Ik had me erop voorbereid dat het niet fijn en pijnlijk zou zijn. Maar dit doet zó veel pijn.
Langzaam komen er grote rode slierten en stolsels.
We willen ons kindje graag opvangen. Dus proberen we alles op te vangen en in een bakje te doen.
Er gebeurt zoveel tegelijk. Pijn. Het verliezen van ons kindje. Het willen opvangen. Verdriet.
Onzekerheid over hoe lang dit gaat duren. En de hele situatie op zich.
Hendrik zegt dat het misschien fijn is om onder de douche te gaan zitten.
Even later doe ik dat. En dat helpt. De pijn wordt wat zachter.
Na een tijdje denken we dat het misschien mogelijk is om naar bed te gaan.
Hendrik gaat naar boven om handdoeken op bed te leggen, voor de zekerheid, en kleding voor mij te pakken.
En dan voel ik ineens dat er een hele grote klomp stolsels uit me komt. Zo voelt het.
Ik roep uit reflex:
“Nee!”
Ik schrik. En tegelijkertijd wil ik niet dat het door het doucheputje glijdt. Straks zit het er tussen. Dus ik duik naar de grond om alles op te pakken.
Hendrik rent ook naar beneden. Hij schrikt natuurlijk ook.
We zijn allebei emotioneel. Je staat zo onder spanning.
Vanaf dat moment voel ik het steeds aankomen. Er komt weer een grote hoeveelheid stolsels.
En weer.
En weer.
We vinden het bizar.
Waar komt dit allemaal vandaan? Zó veel.
De nacht
Het is inmiddels middernacht.
We bellen de verloskundige.
Omdat er zoveel bloed en stolsels uitkomen en het al meer dan vier uur duurt, vragen we ons af of dit nog normaal is en of het goed gaat zoals we het nu doen.
Het blijft maar doorgaan.
We hebben contact en krijgen weer wat vertrouwen.
Het is fijn om even met iemand te praten die weet wat er gebeurt.
Voor ons is alles nieuw.
Wanneer we denken dat het wat is afgezakt, probeer ik mijn kleren aan te trekken.
Maar dan komt er weer zoveel uit dat ik opnieuw andere kleren aan moet.
Later proberen we het nog een keer.
Hetzelfde verhaal.
Hendrik leest op internet dat je de verloskundige moet bellen wanneer een maandverband binnen een half uur helemaal gevuld is met bloed.
Bij mij zit mijn hele onderbroek eronder.
Dus weer onder de douche.
De verloskundige heeft ook gezegd dat we niet moeten schrikken van de hoeveelheid bloed en dat het soms zelfs meer kan zijn dan bij een bevalling.
Dus we wachten het maar weer af.
De heftige pijn is inmiddels minder.
Maar ik blijf aan één stuk door bloeden en zo nu en dan komen er weer stolsels.
Ik vind het heel naar. Moeilijk uit te leggen.
Toen ik op de wc zat met de pijn in mijn buik dacht ik: dit wil ik nooit weer. Wat doet dit pijn.
Maar uiteindelijk denk ik nu: ik heb liever die pijn in mijn buik dan dat nare gevoel van constant bloed verliezen en stolsels die maar uit je blijven komen.
Steeds weer kijken met grote ogen naar wat er uit je lichaam is gekomen.
Op een gegeven moment zeg ik tegen Hendrik:
“Ga maar op bed hoor. Ik zit hier denk ik nog wel even.”
Maar hij blijft bij me.
Ergens doe je het ook samen.
Ook al voelt het voor Hendrik natuurlijk machteloos en moet ik het lichamelijk allemaal ondergaan.
De ambulance
Even later geef ik aan dat ik wat raar word in mijn hoofd.
Ik voel me niet goed. Een heel naar gevoel. Ik val weg en lig op de grond in de douche.
Dit voelt niet goed. (Dit bleek de eerste shock te zijn).
Hendrik belt de verloskundige en raakt overstuur.
Doordat hij overstuur raakt, word ik ook angstig.
De verloskundige zegt dat we naar het ziekenhuis mogen.
Hendrik geeft aan dat hij zelf kan rijden.
Maar ik weet niet hoe ik van die vloer af moet komen. Ik voel me niet goed.
Met de kracht die ik nog heb, probeer ik te zeggen dat dat niet lukt.
Hij belt opnieuw.
Er wordt een ambulance gestuurd.
Ik hoor Hendrik steeds heen en weer lopen en dat hij emotioneel is.
Ik voel dat ik weer wat bij kom en zeg tegen hem:
“Het komt goed. Misschien hoeft de ambulance niet te komen, ik kom alweer wat bij.”
Maar hij zegt dat ze eraan komen en dat het goed komt.
Ik moet huilen. Ik zie mezelf daar zo op de grond liggen, in een foetushouding.
Het voelt mensonterend.
Ik vraag of Hendrik een handdoek over me heen wil leggen.
Je bent je er toch van bewust dat er straks twee mensen binnenkomen en je daar zo zien liggen.
Die handdoek voelt fijn.
Het lukt me niet om overeind te komen. En ik durf het ook niet echt.
Het duurt lang voordat de ambulance komt. Zo voelt het tenminste. Als je je echt niet goed voelt en geen controle meer hebt over je lijf, duurt iedere minuut natuurlijk lang.
Naar het ziekenhuis
Wanneer het ambulancepersoneel er is, kunnen ze de brancard niet in huis krijgen.
Ik moet een stukje naar buiten lopen.
Wanneer ik opsta, komt er direct weer een hele stroom stolsels uit.
Zo naar.
De vrouw van het ambulancepersoneel helpt me naar de brancard.
Ik voel geen kracht meer in mijn lijf. Wel voel ik steeds dat er weer stolsels aan komen.
“Het komt weer hoor.”
Ik heb er helemaal geen controle over. En ik vind het heel vervelend.
In de ambulance doen ze verschillende testen en krijg ik vocht toegediend.
Ik ben dankbaar dat ze er zijn.
Ik voel dat ik steeds wat beter bij bewustzijn kom.
Aan de ene kant voel ik dat ik er ben.
Aan de andere kant ben ik er ook weer niet.
Wat gebeurt er allemaal?
Het ziekenhuis
In het ziekenhuis moet ik van de brancard naar een ziekenhuisbed.
Ik voel dat er weer allemaal stolsels uitkomen.
Ik zeg het dan ook weer.
Ergens ben je ondertussen bezig met:
Kan dit wel? Kan ik niet beter blijven liggen? Ik maak alles vies, hè? Niet schrikken!
Je wilt dat gewoon niet.
Mijn lichaam trilt ook steeds. Maar ik heb het niet koud.
Ze doen opnieuw verschillende testen.
Even later komt de gynaecoloog voor een echo.
Volgens mij kan ze het niet goed zien via mijn buik. Ik weet niet meer precies waarom, maar ze vraagt of het oké is om een inwendige echo te doen.
Prima, dit heb ik ook bij de termijnecho gehad.
Alleen vind ik dit een minder leuke keer. Er wordt best ruig gekeken. Niet fijn.
Ze geeft aan dat er vooral erg veel bloed zit en dat ze het stolsel kan proberen weg te halen.
Met een eendenbek wordt mijn baarmoedermond geopend en met een tangetje probeert ze het loszittende stolsel te verwijderen.
Als ik eraan terugdenk, krijg ik weer de kriebels door mijn lijf. Wat is dat naar. En pijnlijk.
Maar goed, dat zit erop.
Het ziekenhuis weet dat wij het liefst een curettage willen vermijden en het op een natuurlijke manier willen laten verlopen.
Daar wordt rekening mee gehouden.
Dat is fijn.
Ik raak weer in shock
Wanneer de gynaecoloog weg is en we even later weer met z’n tweeën op de kamer zijn, voel ik me plotseling opnieuw niet goed.
Ik denk: Dit is echt niet goed. Er moet nu heel snel iets gebeuren.
Ik val weer weg.
Hendrik heeft ongeveer dertig keer in paniek op de knop gedrukt, vertelde hij.
Wanneer ik weer wat bij kom, zijn er ineens een stuk of vijf mensen in de kamer.
Er wordt steeds bloed geprikt.
Ook dat doet erg pijn. Net als het aansluiten van het infuus op mijn hand.
Ze kunnen mijn aderen steeds niet goed vinden en prikken meerdere keren mis.
Zo voelt het in ieder geval.
Ik moet een vuist maken en weet nog dat iemand best streng zegt:
“Even een vuist maken nu!”
Waarbij ik denk:
Ja, beste vrouw, ik hoor je wel. Maar mijn kracht is totaal weg.
Praten lukt amper.
Omdat ik zoveel bloed heb verloren, krijg ik een bloedtransfusie.
Een kwartier later lig ik al op de operatiekamer voor een curettage.
Dat het zo snel kan, vind ik op dat moment eigenlijk heel fijn.
Ik ben onder narcose gebracht en word ‘even later’ weer wakker.
Ik zie het personeel weglopen en wil ze bedanken.
Maar mijn stem doet het niet goed.
Waarom doet mijn keel zo’n pijn? Vroeg ik.
Dat komt door de beademing.
En wat voel ik? Wat voelt het naar daar beneden.
Een katheter.
Ik vraag aan de vrouw die bij me is of alles goed is gegaan.
“Ja, alles is goed gegaan.”
Wat is er eigenlijk gebeurd?
Ik vraag of ik ook nog een gesprek met iemand krijg.
Want wat is er nou allemaal gebeurd? Wat hebben ze gedaan? Wat gebeurt er nu?
Waarom heb ik een katheter? Waarom is toch deze keuze gemaakt? Etc.
Ze vertelt dat ik over een paar weken altijd nog een gesprek met iemand kan hebben.
Hmm… oké. Ik wacht het wel even af.
Ik krijg een ijsje en wacht op Hendrik.
Later zijn we samen in een kamer waar we kunnen slapen.
Het is inmiddels half zeven. We zijn allebei ontzettend moe.
We proberen wat te slapen, maar hebben eigenlijk nog geen idee hoe nu verder.
Na een uur komt er iemand om bloed te prikken.
Drie kwartier later komt het ontbijt.
Weer drie kwartier later komt iemand testen doen.
Dan komt de schoonmaakster.
Slapen zit er dus niet echt in.
Volgens mij hebben we deze nacht en ochtend wel twintig verschillende mensen gezien.
De katheter voelt nog steeds heel vervelend. Ik wil hem er zo graag uit.
Ik vraag het aan een van de zusters, maar daar moet straks een verpleegkundige met me naar kijken.
Het wordt middag en we hebben nog steeds geen idee waar we precies op wachten.
Dus drukken we op de knop.
Wat is eigenlijk de bedoeling? Mag de katheter er alsjeblieft uit? Mogen we naar huis? Wat is er uit het bloedprikken gekomen?
Wanneer ik weer een stukje kan lopen, mag de katheter eruit.
Als ik zelf weer kan plassen, mag ik naar huis.
Uit de bloedtest blijkt dat mijn ijzer erg laag is. Daar kunnen we medicatie voor ophalen.
Oké. Duidelijkheid.
Rond vier uur mogen we naar huis.
Thuis
De eerste dagen lig ik veel op de bank. Ik word snel zwart voor mijn ogen of duizelig wanneer ik ga staan. Ik heb weinig energie. Geen kracht in mijn lijf.
De eerste keer dat ik weer onder de douche sta, word ik opnieuw raar en gaat mijn hartslag erg omhoog. Misschien zit daar onbewust toch een link met wat er allemaal is gebeurd.
We kunnen en willen er veel over praten. Dat is fijn.
We vinden het allebei een ontzettend intense ervaring. En het voelt traumatisch. Voor ons allebei. Op onze eigen manier.
We hebben ons kindje verloren. Maar ondertussen is de ervaring zelf ons ook enorm bezig gaan houden.
Het heeft veel impact op ons gemaakt.
Een plek voor ons kindje
We hebben ervoor gekozen om ons kindje te begraven in een pot met een olijfboompje.
De olijfboom staat voor vrede, liefde, verbondenheid en eeuwigheid.
Dat voelt fijn.
En dan komt de rouw
In de dagen en weken daarna komt het verdriet, de leegte en het verlies steeds weer meer naar voren.
Ik ben ontzettend emotioneel. Ik huil dagenlang.
Het lukt niet. Het zit door mijn hele lijf. Het doet pijn. Het voelt leeg. Het voelt naar.
Ik weet niet wat ik ermee aan moet.
Ik voel me ook alleen.
Niet omdat de mensen om me heen er niet voor me zijn.
Maar omdat niemand precies kan begrijpen wat ik voel.
Het is de hele dag aanwezig. Een soort somberheid.
Ergens wil mijn hoofd wel weer terug naar het ‘normale’.
Maar ergens voelt iets in mij ook dat ik niet wil dat dit overgaat.
Want ik wil het contact met ons kindje niet loslaten.
Het voelt alsof ik het dan achterlaat, dan is dit voorbij.
En ik weet niet hoe ik daarmee om moet gaan.
De wereld gaat gewoon door
Ook naar buiten gaan vind ik nog lastig.
Ik heb het nog niet veel gedaan.
De wijde wereld weer in.
Daar waar alles nog gewoon doorgaat zoals het altijd deed.
Ik word emotioneel wanneer ik de wind weer op mijn gezicht voel.
Geen idee waarom precies.
Wanneer ik in een winkel loop, voel ik een soort alertheid of spanning.
Alsof ik ieder moment in huilen kan uitbarsten.
Soms komt het ineens. Zonder dat ik er bewust mee bezig ben.
En ondertussen komen er allerlei vragen en onzekerheid naar boven.
Duurt dit niet te lang? Moet ik niet door? Zou ik het nu niet al een plekje moeten hebben gegeven? Wanneer zou je weer moeten gaan werken? Vinden mensen het irritant dat het nog steeds niet goed met me gaat?
Ik weet heus dat het voor iedereen anders is. Dat er geen normaal bestaat.
Maar het zijn toch vragen die soms naar boven komen.
En die probeer ik ook steeds wat meer los te laten.
Want ik weet heel goed wat ik voel. Het lukt me nog niet.
En ik weet ook nog helemaal niet hoe het me wél gaat lukken.
Daarom zocht ik ook begeleiding hierin. Zodat ik straks weer vertrouwen mag krijgen in mijn lijf. En in een eventuele volgende zwangerschap.
Ik wil me weer sterk voelen.
Met het kindje bij me.
Maar waar het verdriet niet meer de overhand neemt.
Hoe moet ik afscheid nemen
van iets wat er nog niet was?
Van een droom die toch niet uitkwam
ook al was die er maar pas.
Hoe moet ik leren omgaan
met de leegte die er is?
Met mijn onzichtbare heimwee
naar het wonder dat ik mis.
~Smoo.j~

Comments